WVDD: kantlijnsporter

‘Een kantlijnsporter komt tot leven’, schreef Marijn de Vries gisteren in haar wekelijkse column in Trouw. Die column ging over motorcross en dan vooral over de eerste Nederlander die afgelopen weekend wereldkampioen werd in de koningsklasse MXGP. De Vries dacht terug aan een programma dat ze tien jaar geleden zag, toen Herlings schitterde op het Open Nederlands Kampioenschap.

Presentator Wilfried de Jong wil zijn motor bekijken. Het brullen horen. Jeffrey heeft al meer bravoure dan we als redactie hadden durven dromen, maar vergeet de veiligheidspin. Die moet erin, in de motor, om het ding weer te starten en te laten grommen. Met een klein stemmetje geeft een beschaamde Jeffrey dat live in de uitzending toe. Start zijn motor alsnog. Huuunghuuung hang hang hang! De studio schudt en trilt.

Nadien bleef ze de motorcrosser ‘vanaf de zijlijn volgen’:

Motorcross is geen grote sport, Jeffrey komt zelden verder dan een kortje in de kantlijn van de krant. Hij wint. Hij wint weer. En nog een keer. Hij breekt iets. Breekt nog wat. En nog een keer. En nu, nu is de kantlijnsporter wereldkampioen. ‘In de hoogste klasse in mijn sport’, zegt hij er – zich bewust van het gebrek aan kennis bij het gemiddelde publiek – in elk interview bij.

Kantlijnsporter is een prachtig woord voor iemand die een marginale sport beoefent, een kantlijnsportKantlijnsporter heeft niet eerder in een Nederlandstalige krant gestaan, maar kantlijnsport troffen we één keer eerder aan, in een column van Mart Smeets uit 2016.

Kantlijnsport klinkt veel vriendelijker dan marginale sport. Niet alleen omdat aan kantlijn nu eenmaal niet de ongunstige negatieve bijklank van het ook geregeld figuurlijk gebruikte woord marge kleeft, maar tevens omdat het wat ondubbelzinniger verwijst naar de kolommen aan de rand van de krantenpagina. Iets vergelijkbaars geldt voor kantlijnsporter, de beoefenaar van zo’n kantlijnsport. Zo’n kantlijnsport zou je ook wel een margesport kunnen noemeneen woord dat trouwens op 5 maart 2015 debuteerde – in een figuurlijke toepassing nog wel – in NRC Handelsblad:

Helaas doen we het in Nederland zonder historisch gesteunde toneelliteratuur. Dat is ook de reden dat het Nederlands theater, hoe hard we ook ons best doen, hoe hoog de kwaliteit ook is, in wezen een margesport is.

Omdat margesport zo’n voor de hand liggend synoniem is van marginale sport, zal dat woord in de spreektaal wel spontaan zijn ontstaan en al langer in omloop zijn. Kantlijnsport en kantlijnsporter zijn daarentegen zo origineel dat iemand deze woorden wel bewust bedacht moet hebben. Het zou mooi zijn als ze beklijven.

Definitie

kantlijnsporter (de, -s) iemand die een sport beoefent waarvoor het publiek en de media doorgaans weinig aandacht hebben en waarover in de kranten hooguit kleine berichten verschijnen

Ton den Boon, hoofdredacteur Dikke Van Dale

Het Woord van de Dag (#WVDD) wordt mede mogelijk gemaakt door Taalbank.nl. Dit artikel is ook te vinden op de website van Taalbank.nl.