antidikastocratie

21-11-2019 - Woord van de Dag - Van Dale Uitgevers

antidikastocratie

FvD-voorman Thierry Baudet haalde vorige week een oud woord van stal ter typering van hoe hij het huidige staatsbestel in Nederland ziet: dikastocratie. Hij wilde in de Tweede Kamer debatteren over de toegenomen macht van de rechterlijke macht, die in … Lees verder

FvD-voorman Thierry Baudet haalde vorige week een oud woord van stal ter typering van hoe hij het huidige staatsbestel in Nederland ziet: dikastocratie. Hij wilde in de Tweede Kamer debatteren over de toegenomen macht van de rechterlijke macht, die in feite beslissingen neemt over belangrijke politieke kwesties, zoals de repatriëring van kalifaatkinderen en de stikstofcrisis. Dat debat kwam er niet, maar het woord dikastocratie staat inmiddels helemaal op de kaart.

Hoewel het een klassieke term is, staat dikastocratie (nog) niet in Van Dale. Het woord is in onze taal namelijk nooit courant geworden. Daar zal nu wel verandering in komen. Afgelopen dagen schreven allerlei kranten erover. Zo schrijft Trouw vandaag onder de kop ‘De rechter beslist, het kabinet stelt uit’:

De afgelopen jaren is kabinetsbeleid diverse keren gedwarsboomd door een rechterlijke uitspraak. (…) Baudet heeft er een deftig woord voor, ­geleend uit de ‘politieke filosofie’: dikastocratie. Niet democratisch gekozen politici besturen het land, maar rechters. Baudet waarschuwt voor een ‘ontsporing van de rechtsstaat’ en ‘ondermijning van de democratie’. Hij wil er graag over debatteren met de rest van de Kamer.

Hoewel het woord nu op ieders lippen is, werd het eerder dit jaar al van stal gehaald door jurist Bart van Riel, die op 9 april in Trouw schreef:

De ‘opkomst van de zwarte macht’ is namelijk niet opgehouden in de jaren negentig, maar heeft zich stelselmatig doorgezet. Zodanig dat de rechter zich steeds meer als wetgever is gaan gedragen. Daardoor schuiven we op naar een dikastocratie: een heerschappij van niet-verkozen magistraten.

Dikastocratie wordt op de sociale media nu voorgedragen als Woord van het Jaar, maar daar is het geen geschikte kandidaat voor: het is simpelweg geen nieuw woord. Zo schreef oud-minister Ronald Plasterk op 25 augustus 2006 al in de Volkskrant:

Het probleem met dikastocratie is dat juristen altijd de marges zullen gebruiken om vage begrippen uit de Grondwet, over menselijke waardigheid en zo, aan te grijpen om zeer gedetailleerd in te grijpen in concrete wetten. Nooit aan beginnen! 

In Tubantia duikt vandaag echter een samenstelling met dikastocratie op die wél nieuw is. Daarin schrijft redacteur Teun Staal:

Heeft dit land al een woord van het jaar? Zo’n term of uitdrukking die tot voor kort niet bestond of volkomen onbekend was bij het grote publiek, maar die met het uitspreken meteen de impact en actualiteit van 2019 weergeeft? Misschien heeft Thierry Baudet zeer recent wel een poging gedaan hét 2019-woord te introduceren. Dikastocratie.

Staal vindt dikastocratie ‘inderdaad een mooie term’. Maar, voegt hij eraan toe:

Ik heb een betere inzending voor de verkiezing woord van het jaar: anti-dikastocratie.

Hij legt niet uit wat hij ermee bedoelt, maar het is niet anders dan logisch om antidikastocratie op te vatten als ‘bestrijding van de rechtersstaat’. Dat is uiteindelijk ook waar Baudet op uit is.

Definitie

dikastocratie (de, dikastocratieën) staat waarin de hoogste macht berust bij de rechterlijke macht, synoniem rechtersstaat, gevormd van Grieks dikastḗs (rechter) + –cratie

antidikastocratie (de, antidikastocratieën) beweging die zich richt op het bestrijden van de macht en invloed van de rechterlijke macht


steenkoolauto

19-11-2019 - Woord van de Dag - Van Dale Uitgevers

steenkoolauto

Vorige week stond in NRC Handelsblad een lezersbrief waarin ervoor gepleit werd elektrische auto’s naar hun belangrijkste energiebron te noemen: Het lijkt me toepasselijker om alles wat elektrisch wordt aangedreven aan te duiden met de naam van de dominante energiebron. … Lees verder

Vorige week stond in NRC Handelsblad een lezersbrief waarin ervoor gepleit werd elektrische auto’s naar hun belangrijkste energiebron te noemen:

Het lijkt me toepasselijker om alles wat elektrisch wordt aangedreven aan te duiden met de naam van de dominante energiebron. Bijvoorbeeld door te spreken van steen- of bruinkoolauto’s of van gas- of kernenergieauto’s.

Sindsdien zoemt het woord steenkoolauto rond in de kolommen van de NRC. Iemand reageerde een paar dagen later:

Dat is onzin. Op dit moment is aardgas nog de belangrijkste bron van elektriciteitsproductie in Nederland.

Weer iemand anders kwam met een alternatief:

Iemand met zonnecellen op het dak van zijn carport reageerde dat hij zijn auto dan voortaan een zonnecelauto zou noemen (NRC, 14 november)

Daar reageerde weer een andere lezer op:

Maar rijdt hij dan ook in de winter? Mijn 16 zonnepanelen leverden in januari 206 Kwh en in februari 280. Daarvan kan ik per maand nauwelijks 4 keer mijn elektrische auto opladen.

Een andere lezer vond elektrische auto weer een misleidende term:

Het is mooi als een elektrische auto wordt opgeladen door de zon, zonder CO2– emissie. Helaas moet je veel steenkool verbranden om zonnecellen te maken. Daardoor zijn zonnecellen dus verre van emissieloos. Toch een steenkoolauto!

En vandaag vindt weer iemand wat van de steenkoolauto:

Elektrische auto’s steenkoolauto’s noemen is kortzichtig.

Het zal allemaal wel, denk je als brave, Teslarijdende krantenlezer. Maar intussen is het woord steenkoolauto al wel behoorlijk ingeburgerd, althans onder NRC-lezers.

Definitie

steenkoolauto (m, -‘s) (schertsend of ongunstig) elektrische auto, synoniem stekkerauto.