Betekenis 'vallen'

Je hebt gezocht op het woord: vallen.

1val (de; m) 1het vallen: vrije val (a) deel van een parachutesprong vóór de parachute opengaat; (b) (figuurlijk) snelle neergang2ondergang, ongeluk: de val van een koningshuis; het kabinet kwam ten val moest aftreden3verovering, overgave: de val van Parijs 2val (de; v(m); meervoud: vallen; verkleinwoord: valletje) 1werktuig om dieren te vangen: in de val lopen erin lopen, gevangen worden val·len (viel, is gevallen) 1(snel) uit een hoogte naar beneden komen2(laten) neerkomen op: zijn ogen laten vallen op iets3beginnen, ontstaan: de avond valt4uit verticale stand in horizontale houding komen te liggen: zij viel over haar sleep; een onderwerp laten vallen er geen aandacht meer aan besteden; iem. laten vallen niet langer steunen; met vallen en opstaan met voor- en tegenspoed; met zijn allen over iem. heen vallen hem overstelpen met verwijten, beledigingen enz.5sneuvelen6veroverd worden; zich moeten overgeven7gedwongen worden af te treden: het kabinet is gevallen8(koppelwerkwoord) zijn, worden: het viel hem zwaar om … hij vond het moeilijk om …; wat valt daarvan te zeggen?eerste kerstdag valt dit jaar op zaterdag is op een zaterdag; in slaap vallen raken; in de prijzen vallen één van de prijzen krijgen; de keuze viel op mij ik werd gekozen; dat voorstel is verkeerd gevallen ongunstig ontvangen, beoordeeld; dit valt onder de minister behoort tot de bevoegdheid van

Dit woord opzoeken in onze grootste woordenboeken?

Bestel nu uw toegang of probeer Van Dale Online gratis. U krijgt direct en zonder verdere verplichtingen tijdelijk toegang tot de beste taalhulpmiddelen van Van Dale.