Je kunt / je kan

Naast 'je kunt' komt ook 'je kan' voor. Beide zijn goed, maar er is wel een zeker verschil  in stijl. 

De werkwoorden 'kunnen', 'zullen' en 'willen' hebben een eigenaardigheid in hun vervoeging. In de tweede persoon enkelvoud is – naast de regelmatige vorm op -t – nog een tweede vorm mogelijk:

je kunt – je kan
je zult – je zal
je wilt – je wil

Beide vormen zijn correct Nederlands. Maar er is wel een verschil qua stijl. De vormen zonder een t op het eind zijn wat informeler en behoren eerder tot de spreektaal. We raden daarom aan om bij het schrijven altijd te kiezen voor 'je kunt', 'je zult' en 'je wilt'.