Woord van de Dag

Kleptokat

‘Niets is veilig voor kleptokat Sebas uit de Utrechtse wijk Lombok’, schrijft De Telegraaf vandaag in een baaierd aan zorgwekkende berichten over het geknapte arbeidsmarktoverleg, Noord-Koreaans vuurwerk, een kernoorlog die op handen is (een ‘beperkte’ kernoorlog, dat valt dan weer mee), noodlijdende zorginstellingen, het leed dat Jesse Klaver heet, werkende armen in Berlijn, de traditionele ‘sletrel’ bij Vindicat, stijgende zorgpremies, ga zo maar door. Tussen dat type berichten maakt het woord kleptokatvandaag vrolijk zijn entree in de Nederlandse taal.

Eerst even over het aldus getypeerde criminele huisdier, met zijn ‘opmerkelijke blauwe ogen’ en – eufemistisch uitgedrukt – ‘een ontembare verzamelwoede’, lees ‘kleptomane neigingen’. Hij ‘steelt namelijk als de raven. Van sokken en vaatdoekjes tot poppen en zadelhoesjes.’ Vandaar dus: kleptokat.

Dat hij steelt, is overigens heel natuurlijk, aldus een geraadpleegde kattendeskundige: ‘Een kat is eigenlijk voorgeprogrammeerd op het idee dat hij om de paar uur iets moet vangen om voldoende eten te krijgen. Dat gedrag is aangeboren en gericht op kleine bewegende voorwerpen.’ U weet wel, ratjes of muizen, soms een Siberische hamster of een – ach! – mereltje.

Maar toch, applaus voor De Telegraaf voor de luchtig allitererende taalverrijking kleptokat in een tijd dat ‘de wereld in brand staat’ (elders in de krant). O ja, en kleptokat is – mogelijk naar het voorbeeld van het Engelse woord kleptocat (zie het filmpje hieronder) of wellicht analoog aan het oude woord aristokat (volgens Disney een kat van goede komaf) – gevormd van het bijvoeglijk naamwoord kleptomaan (dwangmatig stelend, vroeger zouden we zeggen: steelzuchtig) en de naam van het kleine roofdier uit de familie van de katachtigen, dat onze voorouders ooit ‘tot huisdier (hebben) gemaakt om zijn talent voor het vangen van muizen’.