De elektrische auto baart een nieuw woord: de vakantieauto

Als er iets nieuws wordt uitgevonden, moet zoiets natuurlijk een naam hebben. Zo heeft de ontdekking dat je ook op elektriciteit kunt rijden geleid tot een hele rits nieuwe namen als 'elektrische auto', 'hybrideauto', 'plug-inhybride' en noem maar op. Voer voor woordenboekenmakers. Maar nieuwe uitvindingen leiden soms ook tot een grappig neveneffect. Opeens kan namelijk ook de behoefte ontstaan een naam te geven aan datgene wat ze vervangen. Sinds er elektrische auto's rondrijden, is het ook handig om een naam te hebben voor een niet-elektrische auto. Die noemen we dan bijvoorbeeld 'conventionele auto', 'traditionele auto' of simpelweg 'benzineauto' (al sluit die laatste benaming de aloude diesel- en lpg-rijders buiten).

Elektrische auto's zijn mooi, maar er kleven ook een paar bezwaren aan. Oplaadpunten zijn nog schaars, maar vooral: de actieradius is gering. Geen probleem als je dagelijks van Almere naar Amstelveen tuft, maar een stuk lastiger wanneer je op vakantie naar Spanje gaat. Daar is nu iets op gevonden: de vakantieauto. Dat is een conventionele auto speciaal voor tijdens de vakanties, die je huurt of erop nahoudt naast je elektrische auto. Vaak maakt het recht op zo'n vakantieauto trouwens ook deel uit van een leaseovereenkomst.

Mooi hoe er opeens een nieuw woord kan ontstaan voor iets wat er altijd al was.