Vivien Waszink: 'Maak een statement: trek een trui aan'

Als je Hans Spekman googelt, de vroegere partijvoorzitter van de PvdA, krijg je het woord trui als een van de eerste zoeksuggesties. Hans’ truien zijn namelijk beroemd. Best een gek woord eigenlijk, trui.

 

Van troye tot trui

Trui gebruiken we sinds het einde van de middeleeuwen. Toen zag het woord er anders uit: troye. Dat kwam waarschijnlijk uit het Duits van die tijd. Daar betekende het ‘onder het borstharnas gedragen kiel’, en die betekenis had het woord in het Nederlands toen niet. Waarschijnlijk hebben wij een Duits dialectwoordje geleend dat een beetje op troye leek en zijn we dat, vanaf de 19e eeuw, gaan gebruiken voor het bekende kledingstuk. Want er was behoefte aan een naam voor zoiets. Als er een gat in de taal zit, noemen we dat een lexicale leemte. Troye kon die leemte vullen. In die tijd veranderde troye ook in trui. In het WNT staat bij trui dat die ‘vooral door zeelui, vissers en arbeiders wordt gedragen’. Dat is nu niet meer zo: van zeeman tot politicus, de trui is er voor iedereen.

 

Truiigheid

Maar toch. De truien van Hans Spekman zijn niet zomaar in het nieuws. En ook niet alleen die van Hans. Mart Smeets werd tijdens een optreden bij DWDD nota bene door Matthijs zelf uitbundig uitgelachen om zijn trui. Maarten van Rossem moet altijd maar weer verklaren waarom hij een zwarte coltrui draagt. Terwijl hij die niet eens draagt. Wel een zwarte trui, maar altijd met een ronde hals. Misschien willen we wel gewoon graag dat het een zwarte coltrui is, want een zwarte coltrui maakt een man meteen eigenzinnig. Jan Kuitenbrouwer schrijft in NRC een ironische richtlijn voor het ‘Scandinavisch tv-drama’: meubels in grauwe tinten, veel muziek met een ijle zangstem en: ‘O ja, en in principe draagt iedereen een trui’. Je hebt natuurlijk heel nette truien, maar de trui is toch meer iets voor thuis, en voor als je het koud hebt. Niet per se iets voor op je werk, dat valt gelijk op, al ligt het eraan wat voor werk je hebt.

 

Op mijn werk zie ik vaak lexicografen (woordenboekmakers) in truien, maar in politiek Den Haag is dat anders. En op advocatenkantoren en banken ook. En je trouwt ook niet in een trui. ‘Hans Spekman laat zich niet in het pak naaien’, schreef Vrij Nederland in 2008 al. Het past wel bij de Partij van de Arbeid, vinden velen. En er zit een mooi verhaal achter, want Hans draagt truien die zijn moeder voor hem breide. De breipatronen heeft hij bewaard. Maar Hans wist toen, in 2008, al dat hij nooit minister zou worden. Waarom eigenlijk niet? Vanwege zijn kleding. Al staat het nergens vermeld in de woordenboeken, de trui blijft toch een beetje een informeel en sullig kledingstuk. Op GeenStijl reaguurt iemand: ‘We moeten Spektrui wel waarderen om zijn truiïgheid.’ Hans’ kledingstijl leverde dus in ieder geval dit mooie nieuwe woord op. En zo werd Hans’ trui, waarschijnlijk onbedoeld, een soort statementtrui.

 

Dikketruiendag

Een dag waarop je een dikke, warme trui aantrekt heet dikketruiendag. Dat is niet erg spectaculair nieuws. Maar het is een georganiseerde dag. Zoals tegenwoordig bijna elke dag wel gewijd is aan iets speciaals. Dikketruiendag wordt elk jaar ‘gevierd’, maar niet altijd op dezelfde dag; dat hangt een beetje van het weer af. In België zijn ze er in 2005 mee begonnen. De Vlaamse overheid wilde mensen energiebewuster maken. Dus verwarming lager en gewoon even iets warms aantrekken. Nederland volgde een jaar later; alleen heet de dag daar warmetruiendag. Verschil moet er zijn.

 

Door Vivien Waszink

Uit: Klerenwoorden & modetaal, Van Dale Uitgevers (2018)

Vorig artikel
Volgend artikel

Gerelateerde artikelen

Probeer nu direct en zonder verdere verplichtingen Van Dale Online professioneel voor een dag. U krijgt tijdelijk toegang tot onder andere: de Dikke Van Dale, Oxford Dictionary en de online woordenboeken Duits, Frans en Spaans. Klik hier om een proefabonnement Van Dale Online professioneel aan te vragen.