Volgens het UWV zitten er alleen jongens in de Wajong.

Een tijdje terug (4 juli 2014) stond er in de Volkskrant een advertentie van het UWV. De tekst begon zo: 'Je kind zit in de Wajong. En nu komt er binnenkort een nieuwe wet. Waardoor er wat kan veranderen voor je kind. Ze gaan bijvoorbeeld kijken wat-ie nog wél kan.'

Wat als eerste opvalt aan deze tekst, is de vlotte stijl. De zinnen zijn kort – zo is het vrij opvallend om bij 'waardoor' een nieuwe zin te beginnen. De woordkeus is direct ('je kind') en informeel ('ze gaan kijken'). Korte zinnen, informele en directe woorden – het is duidelijk: het UWV wil de lezer aanspreken en slaagt daar goed in, met deze tekst.

Tot ze toch de mist in gaan. Dat gebeurt bij het ook al zo informele woordje 'ie'. Dat is een andere vorm van 'hij'. Maar in de eerste zin is sprake van 'je kind'. Dat kind kan natuurlijk net zo goed een dochter zijn. En van een meisje kun je niet zeggen: 'We zullen eens kijken wat-ie nog wél kan.'

Sommigen zullen nu tegenwerpen dat 'kind' een onzijdig woord is, en dat je daar met mannelijke voornaamwoorden naar kunt verwijzen: het huis en zijn muren, het kind en zijn dromen. Correct, maar in deze voorbeelden gaat het om bezittelijke voornaamwoorden. Als persoonlijk voornaamwoord bij een onzijdig woord kun je alleen 'het' gebruiken: Waar is je huis? Daar is het. Wat doet je kind? Het zit in de Wajong.