Kun je 'jullie' zeggen tegen de koning en de koningin?

Als je iemand niet goed kent, of wanneer iemand veel ouder is dan jij of een hogere positie bekleedt, kun je in het Nederlands de beleefdheidsvorm gebruiken. In tegenstelling tot het Engels kent het Nederlands immers twee varianten van de tweede persoon enkelvoud: 'jij' en 'u'. Die beleefdheidsvorm lijkt langzaamaan wat terrein te verliezen. Zo spreken bedrijven als Ikea de klant al een tijdje aan met 'je'. Toch zijn er situaties waarin tutoyeren ondenkbaar is, bijvoorbeeld wanneer je de koning op de thee hebt.

Ondenkbaar? In het enkelvoud, ja. Maar in het meervoud ligt dat net even anders. Ook daar heb je een familiaire vorm ('jullie') en een beleefde vorm ('u'). Maar die laatste vorm lijkt flink op zijn retour te zijn.

Onbedoeld heeft Ron Jans die taalverandering onlangs treffend geïllustreerd. Op Koningsdag was de koninklijke familie op bezoek in Zwolle, de stad waar de joviale Jans trainer is van de plaatselijke trots PEC Zwolle. In die hoedanigheid was hem een rol toebedeeld in het protocol. Hij mocht de koning verwelkomen bij een sportdemonstratie. 'Mooi dat u in het blauw-wit bent, van de PEC Zwolle-kleuren', grapte hij enigszins vrijmoedig, waarbij hij echter wel het passende voornaamwoord 'u' gebruikte. Toen hij het onvermijdelijke cadeautje – jawel, een voetbalshirt – mocht aanbieden, betrok hij ook de koningin erbij: 'Ik weet niet wat jullie ermee doen, maar namens PEC Zwolle mag ik het jullie aanbieden. Veel plezier ermee!'

Als zelfs het koninklijk paar al met 'jullie' kan worden aangesproken, zou het meervoudige 'u' zijn langste tijd weleens kunnen hebben gehad. Dat geven we u – herstel, jullie – op een briefje.