Kun je eigenlijk behept zijn met een goede eigenschap?

Het maken van woordenboeken is soms als het kijken naar een sportwedstrijd. Je kijkt toe terwijl er binnen de lijnen van alles gebeurt.

In het speelveld van de taal worden voortdurend nieuwe woorden en uitdrukkingen gescoord. En er wordt ook gezondigd tegen de regels. Of er wordt met een bestaande regel creatief omgegaan.

Zo kent het Nederlands de uitdrukking 'behept zijn met iets'. Voor die uitdrukking gold lange tijd stilzwijgend de regel dat je alleen behept kunt zijn met iets negatiefs. Bijvoorbeeld met een gebrek, een hinderlijke gewoonte of een nare eigenschap. Maar wat leest de aandachtige taaltoeschouwer daar? 'Nelom is sierlijk, behept met een goede voorzet en snel.' (Volkskrant 11 november 2014). 'Beiden wel behept met veel aanleg, ambitie en idealisme.' (zelfde krant, 26 september 2015, over de schilders Van Gogh en Munch). Of: 'behept met veel talent' (internet, diverse sites).

Het lijkt erop dat we hier een kleine taaltrend op het spoor zijn: je kunt tegenwoordig ook behept zijn met iets positiefs. De woordenboeken willen hier nog niet aan – al geeft de Dikke van Dale wel als tweede betekenis '(schertsend) in het bezit van' met als voorbeeld 'behept met een erfenis'. Maar van scherts lijkt in bovenstaande citaten geen sprake.

Mocht deze trend zich voortzetten, dan zal dat vroeger of later in Van Dale zijn weerslag vinden.