Betekenis 'uitkijk'

Je hebt gezocht op het woord: uitkijk.

uit·kijk (meervoud: uitkijken) 1(m) plaats vanwaar je uitkijkt: op de uitkijk staan op wacht2(m,v) iem. die op de uitkijk staat uit·kij·ken (keek uit, heeft, is uitgekeken) 1voortdurend in een bep. richting kijken naar iets dat je verwacht: naar iem. uitkijken; uitkijken naar een andere baan op zoek zijn naar2uitzicht geven, hebben op3opletten: ik kijk wel uit ik doe daaraan niet mee4door kijken laten verdwijnen uit: iem. de deur uitkijken; zijn ogen uitkijken verwonderd en aanhoudend kijken5tot het eind kijken: je bent hier gauw uitgekeken er is hier niet veel bezienswaardigs

Dit woord opzoeken in onze grootste woordenboeken?

Bestel nu uw toegang of probeer Van Dale Online gratis. U krijgt direct en zonder verdere verplichtingen tijdelijk toegang tot de beste taalhulpmiddelen van Van Dale.