Betekenis 'publiek'

Je hebt gezocht op het woord: publiek.

1pu·bliek (het; o; meervoud: publieken) 1de mensen, de bezoekers enz. in een openbare zaal, een stadion: een wedstrijd zonder publiek spelen; veel publiek trekken; voor een breed publiek voor veel verschillende mensen2het volk, de massa: het grote publiek de brede massa, het volkin het publiek optreden in het openbaar 2pu·bliek (bijvoeglijk naamwoord, bijwoord) 1niet-geheim, voor iedereen bestemd; = toegankelijk, openbaar2wereldkundig: iets publiek maken3van de overheid uitgaand: publieke werken; de publieke zaak dienen politicus of ambtenaar zijn4van het 1publiek (1): publieke belangstelling; (van bekende personen) publiek bezit zijn geen privéleven hebben, geleefd worden

Dit woord opzoeken in onze grootste woordenboeken?

Bestel nu uw toegang of probeer Van Dale Online gratis. U krijgt direct en zonder verdere verplichtingen tijdelijk toegang tot de beste taalhulpmiddelen van Van Dale.