Betekenis 'passagier'

Je hebt gezocht op het woord: passagier.

pas·sa·gier (de; m,v; meervoud: passagiers) 1iem. die zich laat vervoeren in een voer-, vaar- of vliegtuig pas·sa·gie·ren (passagierde, heeft gepassagierd) 1(van zeelui) voor ontspanning aan wal gaan

Dit woord opzoeken in onze grootste woordenboeken?

Bestel nu uw toegang of probeer Van Dale Online gratis. U krijgt direct en zonder verdere verplichtingen tijdelijk toegang tot de beste taalhulpmiddelen van Van Dale.