Betekenis 'lucht'

Je hebt gezocht op het woord: lucht.

lucht (de; v(m); meervoud: luchten) 1gas dat voornamelijk uit stikstof en zuurstof bestaat: gebakken lucht iets zonder inhoud2deel van de dampkring bij de aarde; = atmosfeer: met zijn benen in de lucht in de hoogte; in de lucht (of: de lucht in) vliegen ontploffen; de radio is de hele dag in de lucht zendt uit; uit de lucht gegrepen zonder enig bewijs; uit de lucht komen vallen (a) totaal onverwachts komen; (b) (België) zeer verbaasd zijn; er hangt iets in de lucht er staat iets te gebeuren; niet van de lucht zijn telkens weer voorkomen3hoeveelheid ingeademde lucht (1); = adem4buitenlucht: een luchtje scheppen een kleine wandeling maken5uitspansel, hemel: een blauwe lucht6reuk, geur, stank: een lucht van zwavel; lucht krijgen van kennis krijgen van; daar zit een luchtje aan die zaak is niet pluis luch·ten (luchtte, heeft gelucht) 1lucht geven aan: zijn hart luchten zijn gevoelens uiten2in de buitenlucht laten opfrissen: het beddengoed luchten3ruiken: iem. niet kunnen luchten of zien niet kunnen verdragen

Dit woord opzoeken in onze grootste woordenboeken?

Bestel nu uw toegang of probeer Van Dale Online gratis. U krijgt direct en zonder verdere verplichtingen tijdelijk toegang tot de beste taalhulpmiddelen van Van Dale.