Betekenis 'knap'

Je hebt gezocht op het woord: knap.

knap (bijvoeglijk naamwoord, bijwoord; vergrotende trap: knapper, overtreffende trap: knapst) 1mooi, welgevormd: een knap gezicht2bekwaam; = geleerd: een knappe kop3netjes, naar behoren4erg: knap duur knap·pen (knapte, heeft, is geknapt) 1korte, scherpe geluiden laten horen: een knappend vuurtje2breken, barsten: er knapte iets in hem het werd hem te veel

Dit woord opzoeken in onze grootste woordenboeken?

Bestel nu uw toegang of probeer Van Dale Online gratis. U krijgt direct en zonder verdere verplichtingen tijdelijk toegang tot de beste taalhulpmiddelen van Van Dale.