Betekenis 'klaar'

Je hebt gezocht op het woord: klaar.

klaar (bijvoeglijk naamwoord, bijwoord; vergrotende trap: klaarder, overtreffende trap: klaarst) 1helder; = doorschijnend2duidelijk: klare taal3in een toestand van gereedheid: iets klaar houden, klaarleggen, klaarzetten; bedrijfsklaar, hapklaar; klaar zijn met iets het voltooid hebben; helemaal klaar zijn met iem. niets meer met hem te maken willen hebben, geen geduld meer met hem hebben; daar ben je mooi klaar mee blijk van medeleven voor iem. in een nare situatie kla·ren (klaarde, heeft geklaard) 1helder maken2in orde brengen: een werk klaren

Dit woord opzoeken in onze grootste woordenboeken?

Bestel nu uw toegang of probeer Van Dale Online gratis. U krijgt direct en zonder verdere verplichtingen tijdelijk toegang tot de beste taalhulpmiddelen van Van Dale.