Betekenis 'hoed'

Je hebt gezocht op het woord: hoed.

hoed (de; m; meervoud: hoeden) 1hoofddeksel met rand: onder één hoedje spelen heimelijk samenwerken; zich een hoedje schrikken heel erg schrikken; van de hoed en de rand weten op de hoogte, ervaren zijn hoe·den (hoedde, heeft gehoed) 1bewaken, beschermen: hoed u voor namaak pas op

Dit woord opzoeken in onze grootste woordenboeken?

Bestel nu uw toegang of probeer Van Dale Online gratis. U krijgt direct en zonder verdere verplichtingen tijdelijk toegang tot de beste taalhulpmiddelen van Van Dale.