Betekenis 'dood'

Je hebt gezocht op het woord: dood.

do·den (doodde, heeft gedood) 1om het leven brengen; = doodmaken: de tijd doden verdrijven 1dood (de; m en v) 1levenloosheid2het sterven: de dood vinden omkomen; dood door schuld misdrijf waarbij door iemands schuld een ander om het leven komt; iem. ter dood veroordelen; (ergens) als de dood (voor) zijn zeer bang; om de (dooie) dood niet waarachtig niet; ten dode opgeschreven zijn (a) moeten sterven; (b) (figuurlijk) geen toekomst meer hebben; een stille dood sterven geleidelijk en geruisloos ophouden te bestaan; op sterven na dood zijn er erg slecht aan toe zijn; als de dood zijn voor iem. of iets doodsbang zijn voor een persoon of zaak 2dood (bijvoeglijk naamwoord) 1overleden (tegenstelling: levend (1)): hij was meer dood dan levendeen dode vulkaan die geen uitbarstingen meer vertoont; een dode (of: dooie) boel, vent saaie; dode talen door geen volk meer gesproken, bv. het Latijn; dode vingers gevoelloze

Dit woord opzoeken in onze grootste woordenboeken?

Bestel nu uw toegang of probeer Van Dale Online gratis. U krijgt direct en zonder verdere verplichtingen tijdelijk toegang tot de beste taalhulpmiddelen van Van Dale.