Betekenis 'dekken'

Je hebt gezocht op het woord: dekken.

dek (het; o; meervoud: dekken) 1bedekking2kleed, deken3scheepsvloer: aan dek zijn op het dek dek·ken (dekte, heeft gedekt) 1een beschermende laag leggen op: de tafel dekken van een tafellaken en benodigdheden voor een maaltijd voorzien2bedekken3(+ elkaar) beschermen: de verdachten dekken elkaar geven verklaringen af zodat de een de ander vrij praat4tegen een aanval beschutten: de aftocht dekken5vergoeden, betalen: de verzekering dekt de schade6(van mannelijke zoogdieren) paren met7(sport) een speler dekken zich zó opstellen dat hij maar met moeite de bal krijgt

Dit woord opzoeken in onze grootste woordenboeken?

Bestel nu uw toegang of probeer Van Dale Online gratis. U krijgt direct en zonder verdere verplichtingen tijdelijk toegang tot de beste taalhulpmiddelen van Van Dale.