Betekenis 'boom'

Je hebt gezocht op het woord: boom.

bo·men (boomde, heeft geboomd) 1een schip met een vaarboom voortbewegen2gezellig praten 1boom (de; m; meervoud: bomen; verkleinwoord: boompje) 1(plantkunde) gewas met (één) houtige stam die zich pas op enige hoogte boven de grond vertakt: een boom van een kerel groot, forsgebouwd; door de bomen het bos niet meer zien geen kijk meer hebben op het geheel door te grote aandacht voor bijzaken; je kunt de boom in stellige weigering2naam van voorwerpen die min of meer op een boomstam lijken: balk, paal enz.een boom (over iets) opzetten gezellig en breedvoerig praten 2boom (de; m) 1sterke stijging van prijzen of koersen; plotselinge groei

Dit woord opzoeken in onze grootste woordenboeken?

Bestel nu uw toegang of probeer Van Dale Online gratis. U krijgt direct en zonder verdere verplichtingen tijdelijk toegang tot de beste taalhulpmiddelen van Van Dale.