Betekenis 'bezeten'

Je hebt gezocht op het woord: bezeten.

be·ze·ten (bijvoeglijk naamwoord) 1krankzinnig, dol: bezeten van iets alleen denkend aan be·zit·ten (bezat, heeft bezeten) 1in bezit hebben

Dit woord opzoeken in onze grootste woordenboeken?

Bestel nu uw toegang of probeer Van Dale Online gratis. U krijgt direct en zonder verdere verplichtingen tijdelijk toegang tot de beste taalhulpmiddelen van Van Dale.