Betekenis 'baan'

Je hebt gezocht op het woord: baan.

baan (de; v(m); meervoud: banen) 1aangelegde weg: ruim baan maken de doortocht vrij maken; iets op de lange baan schuiven voor lange tijd uitstellen; het plan is van de baan gaat niet door; iets in goede banen leiden het goed regelen2voor wedstrijden ingericht terrein: racebaan, renbaan, tennisbaan, wielerbaan; baantjes trekken heen en weer zwemmen in een zwembad3terrein of route voor het opstijgen en landen van vliegtuigen, voor het rijden van trams en treinen4weg die een voortbewegend lichaam aflegt: een baan om de aarde maken (of: beschrijven)5betrekking: een baan op het ministerie ba·nen (baande, heeft gebaand) 1effenen, vrijmaken: zich een weg door de menigte banen

Dit woord opzoeken in onze grootste woordenboeken?

Bestel nu uw toegang of probeer Van Dale Online gratis. U krijgt direct en zonder verdere verplichtingen tijdelijk toegang tot de beste taalhulpmiddelen van Van Dale.