Betekenis ' maar '

Je hebt gezocht op het woord: maar.


1maar (voegwoord) 1doch (tegenstellend): vroeger was hij rijk, maar nu lijdt hij gebrek2 (ter uitdrukking van gevoelens bij nadrukkelijke uitingen) maar Jan toch!
2maar (bijwoord) 1(modaal): doe het maar gerust; (ergernis over het voortduren) zij doet maar; (waarschuwing) het is maar dat u het weet; (aanmoediging) trekken maar!2(beperkend) slechts, enkel: ik heb maar tien euro
3maar (het; o; meervoud: maren) zie 2mits1tegenwerping, bedenking

Dit woord opzoeken in onze grootste woordenboeken?

Bestel nu uw toegang of probeer Van Dale Online gratis. U krijgt direct en zonder verdere verplichtingen drie dagen toegang tot de beste taalhulpmiddelen van Van Dale.