Betekenis ' gemaakt '

Je hebt gezocht op het woord: gemaakt.

ge·maakt (bijvoeglijk naamwoord, bijwoord) 1gekunsteld, gedwongen ma·ken (maakte, heeft gemaakt) 1vervaardigen; = voortbrengen, scheppen: een schilderij maken2repareren, herstellen: zijn fiets laten maken3in een bep. toestand brengen: iem. ongelukkig maken; je hebt het ernaar gemaakt het is je eigen schuld4veroorzaken: de situatie maakt dat er zoveel pessimisme heerst5in een toestand verkeren: hoe maak je het? hoe is het met je gezondheid?; kans maken hebben6het wezen vormen: kleren maken de mandat kan ik niet maken fatsoenshalve niet doen; het helemaal gemaakt hebben veel succes hebben; de nieuwe mode gaat het helemaal maken een groot succes worden; wie maakt me wat? hier ben ik veilig; het schip maakt water is lek

Dit woord opzoeken in onze grootste woordenboeken?

Bestel nu uw toegang of probeer Van Dale Online gratis. U krijgt direct en zonder verdere verplichtingen tijdelijk toegang tot de beste taalhulpmiddelen van Van Dale.