Betekenis 'maartje'

Je hebt gezocht op het woord: maartje.

1maar (voegwoord) 1om een tegenstelling uit te drukken; = doch: vroeger was hij rijk, maar nu heeft hij geen geld meer2om gevoelens uit te drukken: maar ik héb het niet gedaan! 2maar (bijwoord) 1(beperkend) slechts, enkel: ik heb maar tien euro2vrijwel zonder betekenis: (verzachting van een gebiedende wijs) doe het maar gerust; doe maar twee kilo; (ergernis over het voortduren) zij doet maar; (waarschuwing) het is maar dat u het weet; (aanmoediging) trekken maar!; (onverschilligheid) je doet maar!; (blije verrassing) nee maar! 3maar (het; o; meervoud: maren) zie 2mits1tegenwerping, bedenking maart (de; m) 1derde maand van het jaar ma·re (de; v(m); meervoud: maren) 1tijding, gerucht

Dit woord opzoeken in onze grootste woordenboeken?

Bestel nu uw toegang of probeer Van Dale Online gratis. U krijgt direct en zonder verdere verplichtingen tijdelijk toegang tot de beste taalhulpmiddelen van Van Dale.