Betekenis 'honden'

Je hebt gezocht op het woord: honden.

hond (de; m; meervoud: honden) 1bep. huisdier: zo ziek als een hond erg ziek; blaffende honden bijten niet voor schreeuwers hoef je niet bang te zijn; de honden lusten er geen brood van het is schandalig; geen hond niemand; de gebeten hond zijn degene die van alles de schuld krijgt; de hond in de pot vinden komen als het eten op is; (België) welkom zijn als een hond in een kegelspel zeer ongelegen komen, ergens niet welkom zijn; brutale hond, luie hond brutaal, lui iemand

Dit woord opzoeken in onze grootste woordenboeken?

Bestel nu uw toegang of probeer Van Dale Online gratis. U krijgt direct en zonder verdere verplichtingen tijdelijk toegang tot de beste taalhulpmiddelen van Van Dale.