Verhalen over taal: Voetballen met Van Dale

Voetbal. Eeuwenlang deden de mensen het zonder. Dat kon blijkbaar ook. De tijd was er nog niet rijp voor; niemand was nog op het idee gekomen; er was nog geen fatsoenlijke bal. Het woordenboek Van Dale nam het woord voetbal voor het eerst op in de 4e editie, in 1898, het jaar waarin ook de FIFA van start ging, de internationale voetbalfederatie. De 1e editie van Van Dale dateert van 1864. Twee jaar daarvoor was in Engeland de allereerste voetbalclub ter wereld opgericht: Notts County FC. Vijftien jaar later pas kreeg Nederland zijn eerste voetbalclub, de Koninklijke HFC, die aanvankelijk meer een soort rugby speelde dan voetbal. Maar in 1883 was HFC toch een echte voetbalclub. Dat Van Dale pas in 1898 van voetbal repte is niet zo raar, want een woordenboek loopt altijd achter de feiten aan en de 3e editie was in 1884 verschenen, toen voetbal in Nederland nog maar amper bestond. Voetbal was in 1898 in Van Dale alleen nog de bal, die omschreven werd als een ‘veerkrachtige bal die met den voet voortgeschopt wordt’. Het spel zelf had als trefwoord niet ‘voetbal’ maar ‘voetbalspel’ gedefinieerd als het ‘spel met den voetbal’. Toen de 5e editie verscheen, in 1914, was voetbal al zo ingeburgerd, dat het woordenboek naast voetbalspel ook andere samenstellingen opnam: voetbalclub (‘club tot onderlinge beoefening van het voetballen’), voetbalmatch, voetbalschoen en voetbalwedstrijd. Daarachter stond de afkorting ‘enz.’ om aan te geven dat er inmiddels al (veel) meer samenstellingen met voetbal bestonden, maar dat die (blijkbaar) niet allemaal genoemd konden worden. In latere edities vond men een lange opsomming geen probleem.

In 1950, bij de 7e editie, was de vermaledijde voetbalknie een begrip: ‘knie die men door een kwetsuur (letsel aan het gewricht) niet kan gebruiken, in het bijzonder door afgescheurde meniscus’. In de volgende editie, uit 1961, kwamen er onder andere voetbalbroekje (alleen de verkleinvorm), voetbalkous en voetbalshirt bij. De bal voor het voetbal werd intussen nog altijd omschreven als ‘veerkrachtige bal die met de voet voortgeschopt wordt’. Pas bij de 12e editie uit 1992 kwam er iets anders te staan: ‘veerkrachtige (leren) bal waarmee wordt gevoetbald’.

In de 12e editie was het aantal samenstellingen met voetbal opgelopen tot 42, met daarbij: voetbalbelg, voetbalnederlander, voetbalmakelaar, voetbalmiljonair en voetbalvandaal. Dat laatste woord was in de 11e editie al voorafgegaan door voetbalagressie (‘agressie in en om het voetbalveld’). De 12e editie bevatte onder het trefwoord voetbal ook de leuze ‘voetbal is oorlog’, met daarachter tussen haakjes de naam ‘Michels’, die in de 14e editie van 2005 op ambtelijke wijze uitgebreid werd met een initiaal: ‘R. Michels’.

In de digitale versie van die 14e editie stond de teller voor het aantal samenstellingen met voetbal op meer dan 100, waaronder: voetbalgekte, voetbalhater, voetballerslatijn en voetbalmolecule. Dat laatste woord kreeg de weinigzeggende omschrijving ‘fullereen’. Bij dat trefwoord zelf staat: ‘koolstofverbinding bestaande uit voetbalvormige moleculen met zestig koolstofatomen’. Verder wordt nog vermeld dat fullereen vernoemd is naar de Amerikaanse architect Richard Buckminster Fuller (1895-1983), een ontwerper van geodetische koepels. Geodetisch is volgens Van Dale ‘betrekking hebbend op de geodesie’ en geodesie is de ‘wetenschap die zich bezighoudt met het bepalen van de grootte en de vorm van een gedeelte van het aardoppervlak’. Of Richard Buckminster Fuller een voetballiefhebber was, wordt niet vermeld.

Dit is een van de vele ‘verhalen over taal’ uit het Van Dale-jubileumboek Verhalen over taal - 150 jaar Van Dale. Schrijver en taalkundige Wim Daniëls stelde deze feestelijke bundel samen ter gelegenheid van het 150-jarig bestaan van de Dikke Van Dale

Bestel het Van Dale-jubileumboek Verhalen over taal - 150 jaar Van Dale nu via de Van Dale-webwinkel.

 

Verhalen over taal - 150 jaar Van Dale