Brandende kwestie: hoe om te gaan met hoofdletters tijdens de feestdagen?

De naderende feestdagen brengen allerlei vragen met zich mee. Wat zullen we eten? Wat trek ik aan? Hoe ontloop ik mijn schoonfamilie? Van Dale is graag behulpzaam zodat één probleem alvast wordt opgelost: het gebruik van hoofdletters rond de feestdagen. Want dat is nog best een ingewikkelde kwestie.

De hoofdregel is: de officiële naam van een feestdag schrijf je met een hoofdletter. Volgens de bedenkers van de spelling is 'Kerstmis' (met hoofdletter) de officiële naam van het feest dat we vieren op 25 en 26 december. De aanduidingen 'kerstfeest' en 'kerst' zijn geen officiële namen en die schrijf je daarom klein. Het steekt dus nogal nauw of je iemand 'zalig Kerstmis' of 'gelukkig kerstfeest' wenst. Ook in woordgroepen en samenstellingen krijg je geen hoofdletter. Het is daarom 'eerste kerstdag', 'prettige kerstdagen' en 'kerstbrood'.

Op naar de jaarwisseling dan. De 31e december is geen officiële feestdag, dus schrijf je 'oudejaar', 'oudejaarsdag' en 'oudejaarsavond'. Ook aan 'oud en nieuw' is niets officieels, dus alles met kleine letters. Maar dan. 'Nieuwjaar' wordt als een officiële benaming gezien voor 1 januari, dus dat krijgt een hoofdletter. Dat geldt dan weer niet voor 'nieuwjaarsdag', dat moet klein.

Zijn we er daarmee? Nog niet helemaal, want bij 'Nieuwjaar/nieuwjaar' moet je ook nog op de betekenis letten. Is de dag 1 januari bedoeld? Dan schrijf je een hoofdletter: Met Nieuwjaar gaan we altijd bij mijn ouders op bezoek. Maar in de betekenis 'het pas begonnen jaar' is er geen sprake van een benaming van een feestdag, en dan schrijf je een kleine letter: Ik wens je een gelukkig nieuwjaar.

Zo, ook weer opgelost. Bent u daar nog? Troost u, het is zo weer 2 januari.