Column van Ton den Boon: Handen gewassen in onschuld

‘Ik zal het doen als Pasen en Pinksteren op één dag vallen’, zeggen mensen weleens als ze van plan zijn iets níet te doen. Als Pasen en Pinksteren op één dag vallen betekent namelijk hetzelfde als de uitdrukking met sint-juttemis. Nooit dus. Er zijn nog een paar uitdrukkingen in het Nederlands met Pasen en Pinksteren, zoals van Aken tot Pasen (nooit of nergens), maar geen van die uitdrukkingen gaat direct terug op de Bijbel.

Talloze andere uitdrukkingen doen dat wel. Geen wonder, want de Bijbel is eeuwenlang een belangrijke inspiratiebron voor velen geweest. Vaak was de Bijbel zo ongeveer het enige boek waaruit men las of voorgelezen werd. Op die manier raakte de Bijbeltaal vertrouwd en gingen Bijbelse verhalen de basis vormen voor allerlei woorden, spreekwoorden, uitdrukkingen en vergelijkingen.

Een daarvan, die we vaak associëren met Pasen, of eigenlijk met het lijdensverhaal van Christus dat aan Pasen voorafgaat, is de uitdrukking zijn handen in onschuld wassen. Wie zijn handen in onschuld wast, neemt geen verantwoordelijkheid voor een misstand waar hij op een of andere manier wel bij betrokken is.

De uitdrukking gaat woordelijk terug op de Bijbel. Psalm 26 beschrijft een Joods ritueel waarmee men symbolisch duidelijk maakte onschuldig aan een misdrijf te zijn: ‘Ik zal mijn handen in onschuld wassen, een rondgang maken om uw altaar, Heer’. Psalm 73 bevat een toespeling op datzelfde ritueel: ‘Ja, vergeefs hield ik mijn geweten zuiver en waste ik mijn handen in onschuld’. Het ritueel zelf wordt beschreven in Deuteronomium 21: 6-7. Het wordt uitgevoerd als een lijk gevonden is en de moordenaar onbekend is. Er wordt dan een jonge koe bij een altijd vlietende stroom gedood: ‘De oudsten van de stad het dichtst bij het lijk moeten dan boven de dode koe hun handen wassen, onder het uitspreken van de volgende woorden (in de Nieuwe Bijbelvertaling): ‘Onze handen hebben dit bloed niet vergoten, onze ogen hebben het niet gezien’.

Op deze oudtestamentische traditie greep Pilatus, de Romeinse zetbaas die ten tijde van Christus’ dood het bewind voerde over Jeruzalem en omstreken, terug toen hij na de veroordeling van Jezus een kom met water liet brengen. Hij ‘waste ten overstaan van de menigte zijn handen en zei: “Ik ben onschuldig aan de dood van deze man. Zie het zelf maar op te lossen”, staat in het Bijbelboek Mattheüs, 27:24.

Dit aansprekende verhaal heeft het ritueel dat ten grondslag ligt aan zijn handen in onschuld wassen verdrongen, want de uitdrukking wordt in onze taal niet meer onder verwijzing naar dat ritueel gebruikt, maar simpelweg in de betekenis ‘schuld of verantwoordelijkheid van zich afschuiven’. Meestal wordt de uitdrukking kritisch gebruikt in verband met mensen die weliswaar de schuld voor een misstand van zich afschuiven, maar volgens de gebruiker van de uitdrukking zich absoluut niet aan elke verantwoordelijkheid kunnen onttrekken.

Wie meer wil lezen over de Bijbelse herkomst van Nederlandse woorden, uitdrukkingen en spreekwoorden, kan nu tijdelijk voor een appel en ei het boek Een lust voor het oog downloaden. Dit boek beschrijft op toegankelijke wijze vele tientallen doodgewone woorden en uitdrukkingen met een Bijbelse herkomst.

Een lust voor het oog