Betekenis ' Vier '

Je hebt gezocht op het woord: Vier.

1vier (hoofdtelwoord) 14: drie en één is vier 2vier (de; v(m); meervoud: vieren) 1het cijfer 4: hij had twee vieren op zijn rapport vie·ren (vierde, heeft gevierd) zie gevierd1feestelijk doorbrengen of gedenken: zijn verjaardag vieren2laten uitlopen of schieten: de teugel(s) (laten) vieren minder streng gaan optreden

Dit woord opzoeken in onze grootste woordenboeken?

Bestel nu uw toegang of probeer Van Dale Online gratis. U krijgt direct en zonder verdere verplichtingen tijdelijk toegang tot de beste taalhulpmiddelen van Van Dale.