'Hij deed zoals het hem goeddunkte.'

'Hij deed zoals het hem goeddunkte.' Volgens sommigen staat er in deze zin een taalfout.

'Goeddunken' is een beetje een raar werkwoord. Om te beginnen: het kan niet worden gecombineerd met een persoon als onderwerp. Je kunt niet zeggen: 'ik dunk dat goed' of 'onze buren dunken dat goed'. (Je kunt wel zeggen: 'die basketballer dunkt goed', maar dat is een ander geval). Als onderwerp doet meestal een voornaamwoord als 'het' of 'dat' dienst: 'het/dat dunkt mij goed'.

Maar daarmee zijn we er niet. Het werkwoord 'goeddunken' heeft nóg een eigenaardigheid: de verleden tijd. De meeste taalgebruikers zullen daar spontaan 'goeddunkte' gebruiken en die vorm komt ook met enige regelmaat voor in kranten en andere media. Maar eigenlijk is dat fout, vinden sommige naslagwerken. 'Goeddunken' is namelijk van oorsprong een sterk werkwoord. Menig taalgebruiker zal even raar staan te kijken als hij 'goeddunken' opzoekt in het Groene Boekje, want daar ziet hij toch echt als enig mogelijke vervoegingen staan: 'docht goed, goedgedocht'. Taalkundig misschien ooit juist, maar natuurlijk schrijft of zegt niemand dat tegenwoordig meer.

Taal verandert en het woordenboek doet van die veranderingen verslag. Om die reden vermeldt Van Dale tegenwoordig ook 'dunkte goed' en 'goedgedunkt'.